Zo lok je vogels naar de tuin! | OuderENwijzer

Zo lok je vogels naar de tuin!

Geschreven door: Kirsten Dorrestijn

 •  Leestijd: 3 minuten

Een tuin vol leven creëer je door het dieren naar de zin te maken. Merels, roodborstjes en mezen komen er graag badderen, drinken of eten. Negen tips om onze fladderende vrienden naar de tuin te lokken.

Tip 1: Tegels eruit, planten erin

Bijna geen enkel dier houdt van tegels, stenen, beton of asfalt. Dieren hebben groen nodig: planten, struiken of bomen. Wie graag vogels, vlinders en egels in zijn tuin wil verwelkomen, begint door zoveel mogelijk tegels eruit te wippen. Eén tegel vervangen door een plant kan al een leuk effect geven. Ook een balkon kun je vergroenen met planten in potten en balkonbakken.

Tip 2: Gebruik goede aarde

Meestal is het zand onder de tegels niet geschikt om planten in te zetten. De bodem is de basis voor beplanting. Kies altijd voor (biologische) compost zonder turf. Misschien ook een idee: maak in de hoek van de tuin een compost hoop en gebruik de fijnverteerde aarde die dat oplevert voor de rest van de tuin.

Lente vogels - OuderENwijzer

Tip 3: Zet Nederlandse planten in de grond

Vogels – en ook insecten – hebben qua voedselvoorziening het meest aan inheemse planten: soorten die van oorsprong in Nederland groeien of hier al goed zijn ingeburgerd. Gebruik ook bij voorkeur planten die biologisch gekweekt zijn: bij de reguliere teelt worden namelijk bestrijdingsmiddelen gebruikt: die zijn giftig en verzwakken de dieren.

Tip 4: Kies voor heesters met bessen

Vogels zoeken schuilgelegenheid of een plekje om een nest te maken. Struiken zijn daarvoor ideaal. Sommige heesters krijgen bessen, bij vogels een geliefd voedsel. En er zijn struiken die zowel bloesem in het voorjaar krijgen (nectar voor insecten!) als bessen in het najaar. Denk aan meidoorn, sleedoorn, wilde kamperfoelie, aalbes, vuurdoorn, wilde lijsterbes, vlier of klimop. Een fruit- of notenboom is ook altijd een goed idee: vogels pikken daar van graag een graantje mee.

Tip 5: Lok ze met bloemen

Sommige vogels eten insecten. Bloemen die insecten aantrekken zijn dus een aanrader. Denk aan bijvoorbeeld grote kattenstaart, klokjes (Campanula), ijzerhard, vingerhoedskruid, koninginnekruid, hemelsleutel, spoorbloem, dropplant, kattenkruid of lange ereprijs. Ook pikken vogels graag de zaadjes uit uitgebloeide planten: daarom zitten puttertjes op kaardenbol, pimpelmeesjes op keizerskaars en mussen op zonnebloemen.

Lente vogels afbeelding 2 OUderENwijzer

Tip 6: Bied drink-en badwater aan

Elk dier heeft op z’n tijd een slokje water nodig. Zet daarom een schaal water in de tuin of op het balkon. Dat werkt als een magneet op zowel vogels als insecten. Vogels badderen er ook graag in. Leg wel knikkers in de waterschaal om ervoor te zorgen dat dieren als bijen er niet in verdrinken. En zorg bij een vijver voor uitklimmogelijkheden voor kikkers, padden en salamanders, anders verdrinken ze. Een schuinstaande stok kan soms al genoeg zijn.

Tip 7: Wel of niet bijvoeren?

Wie een voedersilo, een vetbol, pindasnoer of speciale vogelpindakaas in zijn tuin aanbiedt, zal al snel vogels ontvangen. Hang liever geen netje op met vetbol of pinda’s: vogels kunnen hierin verstrikt raken. Over bijvoeren zijn overigens de meningen verdeeld. Sommige mensen vinden dat vogels beter zelf hun voedsel kunnen zoeken, vooral in de zomer. Anderen denken dat de natuur al zo verstoord is door mensen, dat we de vogels best een handje mogen helpen.

Afbeelding vogel lente artikel OuderENwijzer

Tip 8: Gebruik nooit gif

Slakkengif, mierenkorrels, luizenbestrijdingsmiddelen: haal ze liever niet in huis. Het gif doodt niet alleen de beestjes die je als plaag ziet, maar ook andere dieren. Ga daarom op zoek naar alternatieven. Zo eten lieve heersbeestjes graag luizen. Die kun je naar de tuin lokken door goudsbloem, geranium, lavendel en margrieten te planten: lieveheersbeestjes zijn gek op hun stuifmeel. En ze nestelen zich graag in tijm en oregano.

Tip 9: Hang nestkasten op

Koolmezen, pimpelmezen en merels broeden graag in nest kastjes. Hang het kastje niet in de volle zon en op een rustige plek waar niet vaak mensen voorbijlopen. Mussen broeden graag samen: hiervoor bestaan speciale ‘mussenflats’.