Expert interview met Marjolein Broese | OuderENWijzer

Expert interview: 'Blijf niet doormodderen, organiseer op tijd extra ondersteuning

Geschreven door: Jeroen Fidder | Illustratie: Lotte Dijkstra

 •  Leestijd: 4 minuten

Wie helpt er als ouderen ondersteuning nodig hebben? Steeds vaker springen hun kinderen bij. Marjolein Broese van Groenou vertelt wat dat in de praktijk betekent, waar je als ‘kind’ tegenaan loopt en hoe je hulp en ondersteuning kunt organiseren.

Marjolein is hoogleraar ‘Informele zorg in een veranderende samenleving’. Ze houdt zich als docent en onderzoeker bezig met onder meer het sociaal functioneren van ouderen in een vergrijzende samenleving, in samenhang met hun familie en bredere sociale omgeving. Zij ziet dat het privéleven en het werk van mensen die voor hun ouders zorgen vaak in de knel komen.

Klopt het dat steeds meer mensen hun ouders ondersteunen?

“Door de dubbele vergrijzing kijken steeds meer kinderen, die vaak zelf tussen 50 en 70 jaar oud zijn, om naar hun ouders. Dat begint meestal met praktische hulp: de boodschappen, de administratie, de tuin. Steeds vaker gaat het ook om het organiseren van ondersteuning in de buurt.”

Gaan we terug naar de jaren 50, toen je kinderen nog je pensioenvoorziening waren?

“Het beeld van toen is dat de ongetrouwde dochter voor de ouders bleef zorgen en zelfs thuis bleef wonen. Zo is het nu niet, maar de betrokkenheid wordt wel groter, kinderen bieden meer praktische hulp. Niet alle kinderen doen dat, want je kunt tegenwoordig veel hulp inschakelen of inkopen. Zoals cateraars die warme maaltijden bezorgen, SeniorWeb-vrijwilligers die computerhulp verlenen en ANBO-PCOB-vrijwilligers die helpen met de belastingaangifte. Zorg, ondersteuning en verpleging kun je via een persoonsgebonden budget financieren. Daarvoor is wel eerst een Wmo-indicatie van de gemeente nodig.”


Door de dubbele vergrijzing kijken steeds meer kinderen, die vaak zelf tussen 50 en 70 jaar oud zijn, om naar hun ouders

Hoe kun je je voorbereiden op de zorg voor en ondersteuning van je ouders?

“Dat begint met het besef dat er een ondersteunings vraag kan ontstaan. Praat daar op tijd over met zowel je ouders als je eventuele broers en zussen. Spreek verwachtingen uit: wat kun en wil je zelf doen en wat besteed je uit? Verdiep je ook al in het zorglandschap, zodat je weet waar je straks terechtkunt. Bouw daar naast een netwerk op van professionals, familieleden, buren en vrijwilligers, zodat je de zorg niet alleen draagt. Dat voorkomt dat je later onder druk beslissingen moet nemen.”

Wanneer is het slim om met een deskundige te gaan praten?

“Als je merkt dat je vader of moeder minder goed voor zichzelf begint te zorgen. Bijvoorbeeld bij vervuiling, vereenzaming, slecht eten of toenemende vergeetachtigheid. Als jij je zorgen maakt, is dat al een signaal. Veel huisartsenpraktijken hebben een praktijkondersteuner ouderen (POH-O) die preventief meekijkt. Bij dementie kan een casemanager meedenken. En bij het Wmo-loket van de gemeente kun je een voorziening aanvragen, bijvoorbeeld huishoudelijke hulp of woningaanpassingen. Hulpverleners weten welke formele en informele zorg en ondersteuning er in de buurt is.”


Verdiep je ook al in het zorglandschap, zodat je weet waar je straks terechtkunt

Maar even de helpende hand uitsteken is toch ook weer niet zo erg?

“De hulp voor je ouders begint vaak met lichte ondersteuning: samen naar buiten gaan, gezelschap bieden of helpen bij dagelijkse dingen. Dat valt allemaal nog onder welzijn. Zulke taken kunnen vaak ook worden opgepakt door andere familieleden, buren en vrijwilligers. Maar later kan de ondersteuning intensiever worden, bijvoorbeeld het eten, huishouden en de financiën verzorgen, helpen bij digitale zaken en de persoonlijke verzorging. We weten dat de zorg voor ouders vaak lang duurt en in de loop der tijd zwaarder wordt. Toch modderen mensen soms lang door, terwijl het juist be langrijk is om op tijd extra ondersteuning te organise ren. Je hebt niet direct volgende week een huishoude lijke hulp over de vloer, want er zijn grote tekorten.”

Waar liggen de grenzen?

“Als je een druk leven hebt, kun je niet alles. Praktische hulp is meestal goed te combineren omdat dat in het weekend kan gebeuren: administratie, boodschappen, de tuin, gezelschap, sociaal-emotionele steun. Bij persoonlijke verzorging ligt dat anders, die is vaak dagelijks nodig. Voor veel mensen ligt hier de grens van wat ze aankunnen. Meestal laten ze de persoonlijke verzorging over aan professionals, ook omdat die ervoor zijn opgeleid. Maar ook professionele zorg heeft grenzen, want de uren zijn beperkt. Als de zorg intensiever wordt, ontstaat er al snel een capaciteitsprobleem. Het risico is dat kinderen daardoor steeds meer op hun bord krijgen en dat hun werk of privéleven in de knel komt.”


Bouw aan een netwerk en kijk samen vooruit om de zorg straks vol te kunnen houden

Wat is uw belangrijkste boodschap voor mensen die zorgen voor hun ouders?

“Besef dat deze zorgtaak er waarschijnlijk aankomt en bereid je voor. Praat op tijd met je ouders en andere familieleden over verwachtingen en mogelijkheden. En bouw een netwerk om je heen. Kijk goed wat je zelf kunt doen en wat je kunt organiseren via anderen: buren, aanvullende – particuliere – ondersteuning of vrijwilligers. Kinderen krijgen steeds vaker een regierol. Door samen vooruit te denken, is de zorg straks beter vol te houden.”

Wat moeten mensen die ouder worden en straks misschien hulp nodig hebben zelf doen?

“Nadenken over wonen! Niet iedereen kan rekenen op kinderen of familie in de buurt. Zeker ouderen zonder kinderen zijn vaker afhankelijk van anderen. Daarom is het belangrijk om tijdig na te denken over een passende woning met voorzieningen dichtbij of over een geclusterde woonomgeving. Wachten tot het echt niet meer gaat, maakt keuzes moeilijker.