Mantelzorgwoning: Wonen op jezelf, vlak bij de kinderen? | OuderENwijzer

Mantelzorgwoning: Wonen op jezelf, vlak bij de kinderen?

Geschreven door: Jeroen Fidder | Illustratie: Lotte Dijkstra

 •  Leestijd: 3 minuten

Dit komt er allemaal bij kijken!

In de achtertuin van uw kind een mantelzorgwoning realiseren? Of op uw eigen erf, zodat uw huis vrijkomt voor het kind? Allereerst moet er natuurlijk genoeg ruimte zijn. Maar ook dan is uw nieuwe onderkomen niet in één dag geregeld. Hierover beantwoorden we acht prangende vragen.

U mag niet altijd zomaar een mantelzorgwoning op uw erf plaatsen. De regelgeving verschilt helaas per gemeente. Soms mag u de mantelzorgwoning vergunningsvrij bouwen, maar dat is zeker niet altijd het geval. Voor het plaatsen van een kant-en-klare mantelzorgwoning (prefab) van maximaal 100 m2 heeft u geen vergunning nodig, maar er gelden wel regels, onder andere voor de plaats, omvang, veiligheid en isolatie. Informeer daarom altijd eerst bij de gemeente voordat u verdere stappen zet.

Vraag 1: Wat zijn de verschillende mogelijkheden?

In principe zijn mantelzorgwoningen bedoeld voor iemand die zorg nodig heeft, maar ook de mantelzorger kan zo'n woning betrekken als de hulpbehoevende ouder in het bijbehorende huis blijft wonen. Het is in beide gevallen een zelfstandige woning die wordt geplaatst in de tuin of op het erf. U kunt een bestaand bijgebouw – zoals een garage – ombouwen tot mantelzorgwoning of een prefab woning in de tuin plaatsen, een chalet bijvoorbeeld. Ook kunt u een nieuw bijgebouw creëren dat u tijdelijk als woning gebruikt. Een alternatief is de kangoeroe woning: die bevindt zich onder hetzelfde dak als het hoofdgebouw en heeft een eigen ingang, maar deelt bijvoorbeeld de gang of de berging. Dit kan handig zijn als er onvoldoende ruimte is in de tuin of op het erf. Deze oplossing betekent wel dat u een adres deelt, wat weer gevolgen kan hebben voor toeslagen en inkomsten. Heeft u een huurwoning en wilt u daar een mantelzorgwoning bij plaatsen? Daarvoor is dan toestemming van de verhuurder of woningcorporatie nodig.

Vraag 2: Welke voorwaarden stelt de gemeente?

Wanneer er geen vergunning nodig is in uw gemeente, zijn er vaak wel verschillende voorwaarden. Zo moet er bijvoorbeeld sprake zijn van intensieve mantelzorg, dus wekelijks een aantal uren. Verder moet een medische verklaring aantonen dat de bewoner van de mantelzorgwoning hulpbehoevend is. Sinds 2020 geven huisartsen die verklaring niet meer af en moet deze gereld worden via de Wmo-consulent of een gespecialiseerde, onafhankelijke arts. Verder moet de woning op het achtererf staan (en niet in de voortuin), mogen er maximaal twee mensen in wonen en heeft de woning een tijdelijk karakter. Wanneer er wel een vergunning nodig is, kunnen dezelfde voor waarden gelden, maar ook andere. Dit wisselt per gemeente. Wanneer het vermoeden bestaat dat er in de toekomst mantelzorg nodig is, kan een zogenoemde pré-mantelzorgwoning worden geplaatst. Maar gemeenten zijn niet verplicht dit toe te staan. Onderzoek dus goed hoe het in uw woonplaats werkt. Als het wel kan, geldt vaak als voorwaarde dat de toekomstige bewoner de AOW-leeftijd heeft bereikt. Voor een pré-mantelzorgwoning is altijd een vergunning nodig, die gemeenten vaak afgeven voor een periode van tien jaar. Daarna wordt beoordeeld of er daadwerkelijk sprake is van mantelzorg. Niet? Dan moet er opnieuw een vergunning aan worden aangevraagd.

Vraag 3: Wat kost een mantelzorgwoning?

Mantelzorgwoningen zijn er in allerlei soorten en maten, met bijbehorende prijzen. De gemiddelde koopprijs ligt tussen de 50.000 en 150.000 euro, maar wie kiest voor een tweedehands exemplaar kan goedkoper uit zijn. Houd er rekening mee dat er ook nog extra kosten zijn. Vaak moet de grond eerst worden geëgaliseerd en zijn er kosten voor transport en plaatsing (reken op ongeveer vier procent van de woningprijs). Verder betaalt u zo’n 5000 euro aan aansluitkosten voor nutsvoorzieningen als water, elektriciteit en riolering. Huren van een mantelzorgwoning is ook een optie. Dat kan vanaf ongeveer 600 euro per maand, vaak inclusief plaatsing en verwijdering. Dit is vooral voordelig wanneer u verwacht de woning minder dan vijf jaar te gebruiken. Bij een langere periode is kopen meestal gunstiger. Een mantelzorgwoning kan gefinancierd worden via een verhoogde hypotheek op de eigen woning of vanuit spaargeld. Er bestaat geen landelijke subsidie regeling voor, maar sommige gemeenten bieden wel financiële tegemoetkomingen. Ook is het vaak mogelijk om een zogeheten Blijverslening af te sluiten via de gemeente. Dit is een speciale lening met gunstige voorwaarden waarmee ouderen hun woning kunnen aanpassen om langer zelfstandig te kunnen wonen.


Een mantelzorgwoning is een tijdelijke woonsituatie. Houd daar rekening mee


Vraag 4: Wat zijn de financiële gevolgen?

Op het gebied van toeslagen is het verstandig om op te letten. Als de Belastingdienst mantelzorgers en zorgbehoevenden als samenwonend beschouwt, worden de inkomens bij elkaar opgeteld. Dat kan leiden tot een lagere zorgtoeslag of een lagere AOW-uitkering. Dit kan worden voorkomen door bij de gemeente een eigen huisnummer aan te vragen voor de nieuwe woning. Dan worden beide huishoudens als zelfstandig gezien. Ten slotte speelt erfbelasting een rol. Een mantelzorg woning kan bij overlijden belast worden als de woning deel uitmaakt van de nalatenschap. Wanneer de woning als roerend goed wordt beschouwd – ofwel eenvoudig verplaatsbaar en zonder vaste fundering – gelden andere regels. Bij onroerend goed wordt erfbelasting geheven over de WOZ-waarde; bij roerend goed wordt gekeken naar de economische waarde.

Vraag 5: Waaraan moet de woning voldoen?

Het is verstandig om vooruit te denken. Kies bijvoorbeeld voor brede deuren (minimaal 85 centimeter) zodat de woning rolstoeltoegankelijk is, een drempelvrije ingang, een badkamer die geschikt is voor zorg en een slaapkamer met voldoende ruimte rondom het bed. Bij prefab-woningen is hier meestal al goed over nagedacht. Een nadeel van zo'n prefab-huisje is dat het soms net wat minder als een 'echt' huis aanvoelt. Een nieuw aanbouw of nieuw bijgebouw past vaak beter bij het hoofdhuis, maar dat is qua constructie niet altijd mogelijk. Het voordeel van dergelijk maatwerk is wel dat u zelf de materialen, indeling en uitstraling kunt kiezen. Maar bedenk ook: wanneer de zorg behoevende er niet meer woont en de ruimte geen woonfunctie meer mag hebben, moeten de keuken en badkamer weer worden verwijderd. Let ook op de energie-efficiëntie van de woning en de mogelijkheid om domotica (slimme huistechnologie) te integreren. Denk aan automatische verlichting, valdetectie of een intercomsysteem tussen de twee woningen.

Vraag 6: Wie doet het regelwerk?

U kunt een gespecialiseerde partij inschakelen die alles regelt: die geeft advies, beoordeelt wat er op uw erf mogelijk is, start indien nodig een vergunningstraject, regelt het transport en de plaatsing van de mantelzorgwoningen en sluit deze aan op de nutsbedrijven. Prettig en zorgeloos, maar ook de duurste optie. Ook kunt u kiezen voor een begeleid traject, waarbij u zelf bepaalde stappen doet, zoals het aanvragen van de vergunning. De derde optie is dat u alles volledig in eigen hand houdt. Dit is de meest voordelige keuze, maar vergt meer tijd en uitzoekwerk. Kijk in dat geval eerst eens op www.omgevingsloket.nl. Hier kunt u een vergunningscheck doen op basis van uw specifieke adres. En op www.mantelzorg.nl (de website van de landelijke organisatie voor mantelzorgers MantelzorgNL) vindt u een uitgebreid stappenplan.


Iedereen heeft het wel eens moeilijk en dan is het prettig als er iemand in de buurt is


Vraag 7: Wat betekent het om zo dicht bij elkaar te wonen?

De een heeft zorg nodig, de ander geeft zorg. Dit kan een grote impact hebben op de onderlinge relatie en brengt zeker uitdagingen met zich mee. Volgens MantelzorgNL is het essentieel om open en eerlijk elkaars ideeën en wensen te bespreken, bij voorkeur al voordat de mantelzorgwoning er staat. Maak ook duidelijke afspraken om misverstanden te voorkomen. Stel elkaar eerlijke vragen. Wat betekent het om zo dicht bij elkaar te wonen? Hoe vaak wilt u elkaar zien? Eet u samen of apart? Deelt u bepaalde ruimten, zoals de tuin of een berging? En hoe regelt u de vakantieperioden als de zorgbehoevende niet mee kan of wil? Mantelzorgers lopen een verhoogd risico op overbelasting, vooral wanneer de grens tussen ‘even helpen’ en ‘altijd beschikbaar zijn’ vervaagt. Vlak bij elkaar wonen kan die grens doen vervagen. Het is daarom slim om al in een vroeg stadium afspraken vast te leggen over wederzijdse verwachtingen en grenzen. Handig van een pré-mantelzorgwoning is dat u al kunt ‘proefdraaien’ voordat er daadwerkelijk intensieve zorg nodig is. Dat geeft ruimte om te ontdekken hoe dicht bij elkaar wonen echt voelt. Maar ja, als het niet lekker loopt, is de stap om de woning te verwijderen groot. Juist daarom loont het de moeite om vooraf te het gesprek aan te gaan.

Vraag 8: Mag de woning een permanente tweede woning worden?

Een mantelzorgwoning is een tijdelijke woonsituatie en kan niet zomaar een permanente tweede woning worden. Wanneer degene voor wie gezorgd wordt naar een zorginstelling verhuist of komt te overlijden, moet de woning in zijn geheel worden verwijderd of worden ‘ontmanteld’ door de keuken en badkamer te verwijderen; dan wordt de ruimte beschouwd als een vergunningsvrij bijgebouw. Let wel, de meeste bijgebouwen mogen niet groter zijn dan 100 m2 en niet hoger dan 5 meter. Handig om dit van tevoren goed te onderzoeken. Sommige gemeenten zijn streng. Daar moet binnen zes maanden na het verhuizen of overlijden van de zorgbehoevende alles geregeld zijn. Het is dus verstandig om hier al vóór de plaatsing over na te denken en een stappenplan op te stellen.

Checklist: Bent u echt goed voorbereid?

  • Informeer bij uw gemeente naar de regels en de eisen van een vergunning.
  • Doe een vergunningscheck op www.omgevingsloket.nl
  • Vraag een medische verklaring aan bij de Wmo-consulent of een onafhankelijke arts.
  • Onderzoek wat financieel voor u het voordeligst is: huren of kopen.
  • Vraag een eigen huisnummer voor de mantelzorgwoning aan.
  • Informeer bij de gemeente naar de Blijverslening of andere financiële tegemoetkomingen.
  • Laat u adviseren door een notaris over de erfbelasting.
  • Wanneer u zelf bouwt, zorg dan voor een drempelvrije toegang, brede deuren en een geschikt bad- en slaapkamer.
  • Maak vooraf afspraken over privacy, contactmomenten en vakantieperioden.
  • Leg schriftelijk vast hoe de situatie wordt afgewikkeld na afloop van de zorgbehoefte.