In hemelsnaam dan maar. Ik ga de sprong wagen. Letterlijk. Een uur later zit ik op drie kilometer hoogte in de deuropening van een klein vliegtuig. M’n benen bungelen over de rand. Achter mij telt Marc, een volledig getatoeeerde Irak-veteraan, af: “Drie, twee, ...” Bij één deins ik achteruit. Tevergeefs. Met de gespierde ex-militair op m’n rug val ik in de diepte. “Eerst komt de stress en daarna voel je: yes, het is gelukt!”, zegt Scherder.
Nou, dat laatste heb ik gedurende de minuut vrije val absoluut niet. Maar dan gaat de parachute open. In stilte zweef ik boven het Californische landschap. En professor Erik heeft gelijk. De sensatie kan niet mooier. Op die gast op m’n rug na dan. Moeite doen, nieuwe dingen aanpakken: het is makkelijker gezegd dan gedaan. Naarmate je ouder wordt is de mentale drempel hoger en je lichaam sputtert ook tegen. Dus spring je niet meer, fiets je niet meer met losse handen, begin je geen nieuwe studie en… versnel je het verouderingsproces. Je mijdt de moeite, de stress, maar je ontzegt jezelf ook de lol die daarna komt. Sinds een paar maanden coach ik het hockeyteam van mijn 12-jarige kleindochter. Allemaal beginnende pubers die liever een TikTok-dansje doen dan naar de peptalk van een oude man luisteren. Stressvol. Maar de blije koppies van die meiden na een overwinning zijn goud waard. “Dus: stap uit je routine en ga nieuwe uitdagingen aan!”, zou Scherder zeggen.
Nog even terug naar Californië. Naar het moment dat ik gelukzalig zit na te praten met de vliegclubeigenaar. “Vond je het spannend?”, vraagt hij. “Niet heel erg”, zeg ik stoer, “en Marc, die ervaren militair op m’n rug, gaf me veel vertrouwen.” Waarop de eigenaar zegt: “Marc? Ex-militair? Zegt me niks. Zo iemand werkt hier niet!” Ik weet niet of de stress van dat moment wel zo goed voor me was. Met welke gek heb ik dan net een tandemsprong gedaan?!? Dan zegt de eigenaar droog: “Grapje!”