'Ik rommel wat aan - met flair en verwarring' | OuderENWijzer
Goed ouder worden

'Ik rommel wat aan - met flair en verwarring'

 •  Leestijd: 2 minuten

Jarenlang stond Rob op het toneel. Hij verraste zijn publiek, zette het op het verkeerde been, liet ze lachen, denken, voelen. Opgevoed in een streng nest, groeide Rob op met een hunkering naar erkenning. Hij wilde de beste zijn: in álles. Het ging hem niet alleen om het plezier, maar om het schouderklopje dat hij thuis nooit kreeg. Die competitiedrang bracht hem ver. Als jonge mimespeler won hij een eerste prijs op een festival in Zwitserland, en dat was het begin van een leven in de spotlights.

Staande afbeelding Rob van Houten

Rob werd gevraagd voor acteerrollen, maakte naam als mimespeler en richtte uiteindelijk zijn eigen theatergroep op: FUNHOUSE. Hij bouwde vernieuwende producties, waarin hij juist die spelers een kans gaf die buiten de gevestigde orde vielen. Zijn stijl was gedurfd en anders, een theatermaker die zijn tijd ver vooruit was. Hij werkte met grote namen, waaronder Wim T. Schippers en speelde in zijn series de befaamde rol van de cafetariahouder Boy Bensdorp. Hij was jarenlang te zien in Sesamstraat, soaps en series. Rob regisseerde, schreef en speelde alsof zijn leven ervan afhing. Soms ging dat ten koste van zijn gezondheid, maar de roes van het applaus bleef altijd zijn drijfveer.

Een nieuwe kans

Toen het succes wat wegebde, volgden de schnabbels: commercials, gastrollen, schoolvoorstellingen. Op een gegeven moment belandde hij zelfs even in de WW. ‘Ik schaam me er nog steeds voor’, zegt hij eerlijk. Toch bleef hij doorgaan. Tien jaar geleden kreeg hij een nieuwe kans: lesgeven op de Paul van Vliet Academie. In het begin was hij zenuwachtig tot misselijk aan toe, maar het bleek een gouden match. Inmiddels is hij daar al jaren met veel plezier docent, nog steeds actief wellicht als de oudste docent mime-fysiek in Nederland!

De nacht als metgezel

Rob leeft in zijn eigen ritme. ’s Nachts vindt hij rust en inspiratie; geen vragen, geen verwachtingen. In de stilte verslindt hij boeken, zijn grote liefde. Overdag is hij vaak in zijn weelderige tuin: ‘Een project waarin ik helemaal kan verdwijnen.’ Hij voelt zich dan als de kwetsbare Pierrot tussen al het bloemengeweld. Zijn leven is een boek op zichzelf. Geen wonder dat hij bezig is met een biografie. ‘Ik ben moe van kunstenaar zijn’, zegt hij. ‘Het is klaar. Maar ik geniet wél.’

Rob wil jongeren vooral één ding meegeven:

‘Volg je hart. Weet waar je blij van wordt. En durf. Ik heb veel gedaan, maar misschien had ik nog wel meer moeten durven.’