Tot mijn verbazing mocht ik de marathon van New York lopen | OuderENWijzer
Goed ouder worden

'Tot mijn verbazing mocht ik de marathon van New York lopen'

 •  Leestijd: 2 minuten

Han Giok Kwee kwam op zijn elfde naar Nederland vanuit Indonesië. Zeven jaar later ontmoette hij Irene, ‘een van de mooiste dingen die me is overkomen.’ Ze hadden een goed leven totdat Han op zijn 55ste te horen kreeg dat hij een hersentumor had. Na de operatie kon hij niets meer: niet lopen, praten of schrijven. Met eindeloze inzet leerde hij opnieuw lopen. En zelfs hardlopen. En liep hij uiteindelijk de marathon van New York.

Han Giok staand beeld ANBO-PCOB

Han Giok Kwee groeide op in het bruisende Surabaya, op het Indonesische eiland Java. Zijn vader was een gerespecteerd arts. ‘We hadden een bevoorrechte jeugd,’ vertelt Han. Op zijn elfde kwam Han naar Nederland. Zeven jaar later ontmoette hij Irene. Ze trouwden jong en zijn liefde voor haar is door de jaren alleen maar gegroeid. ‘Ik heb haar beloofd dat het haar en de kinderen aan niets zou ontbreken.’

Een tweede kans

Han werkte jarenlang met plezier bij Bruynzeel. ‘Het voelde nooit als werk.’ Maar op zijn 55e veranderde alles. Hij begon slechter te horen en kreeg nekklachten. Onderzoek wees uit dat Han een hersentumor had, ter grootte van een pingpongbal. Na de operatie kon Han niets meer: niet lopen, praten of schrijven. ‘Maar ik wist: ik heb een tweede kans gekregen. En ik ga ervoor vechten.’ Dat deed hij. Met eindeloze inzet, steun van zijn gezin, en begeleiding van revalidatiecentrum De Hoogstraat. ‘Zij leerden me opnieuw lopen. En zelfs hardlopen. Het herstelproces duurde vier jaar, maar ik heb meer dan 25 jaar begeleiding van hen gehad.’

Van Utrecht naar New York

Ook het UMC speelde een grote rol in zijn herstel. ‘Ik schreef ze een brief om ze te bedanken. Dat ik weer kon lopen én een halve marathon had gerend. Tot mijn verbazing nodigden ze me uit om met hun medisch team de marathon van New York te lopen. Wat een belevenis.’ Sindsdien heeft Han tientallen marathons gelopen. Hij deed twee keer mee aan de Roparun van Rotterdam naar Parijs. Met steevast aan zijn zijde: buurman Kees. ‘Hij voelt als een broer.’

Zachter geworden

De tumor heeft Han ook innerlijk veranderd. ‘Ik ben een ander mens geworden. Zachter. Milder. Voor mijn vrouw, mijn kinderen, mijn vrienden. Ik voel nu veel sterker aan wat een ander nodig heeft. Ik kies mijn woorden bewuster. Dat zoiets naars zoiets moois kan brengen, dat is goud. Dat kan niet zonder een hogere macht.’

Aan jongeren wil hij één ding heel duidelijk meegeven: ‘Geef nooit op. Echt nooit. Er is altijd nog een kans. Werk aan wat je wél kunt doen. Laat los wat niet meer lukt.’