23 juli 2026 • Leestijd: 2 minuten
Dat schrijft EW deze week. Voormalige hoogleraar gebiedsontwikkeling aan de TU Delft, Friso de Zeeuw, zei het al eerder: ‘Ouderen wonen wellicht te groot volgens sommigen. Maar ze zijn wel heel tevreden met de ruimte en vooral met meerdere slaapkamers. De kleinkinderen komen logeren en ook niet onbelangrijk: hij snurkt en dan is het prettig als de man naar een andere kamer kan. Bovendien willen ouderen hun sociale netwerk vaak helemaal niet verlaten voor een nieuw huis’.
Nederlanders hebben meer vierkante meters woonruimte tot hun beschikking dan de bevolking in de omringende landen. In 1901 had elke Nederlander 8 vierkante meter woonruimte tot zijn beschikking. In 1959 was dat 30 en nu maar liefst 53 vierkante meter. Dat is ook een uiting van groeiende welvaart, aldus EW. En downsizen is erg moeilijk: Je kunt mensen niet verplichten om hun huis te verlaten. Wel kun je dat aantrekkelijker maken en proberen ze te verleiden een gelijkvloers en goed geïsoleerd huis te betrekken. Die zijn er alleen nu vaak niet.
Bovendien, schrijft EW: in tegenstelling tot wat de vertrekkende Rijksbouwmeester zegt, willen Nederlanders nog altijd een huis met een voor- en achtertuin, drie slaapkamers (voor het thuiswerken, de oppas-oma of logés) en een parkeerplek voor de deur. Dat verandert niet zo snel.