Van het ene mooie eiland naar het andere
Pal voor Stresa liggen in het meer drie kleine eilandjes die vernoemd zijn naar de rijke Italiaanse familie Borromeo, die daar sinds de 17de eeuw in meerdere paleizen woonde. Die paleizen zijn nog altijd familiebe zit, maar het publiek is er tegenwoordig welkom. Kleine bootjes zorgen de hele dag voor het vervoer. Alleen het varen zelf is al heerlijk, zeker in de zomerwarmte. Ik hop van eiland naar eiland en beleef het Lago Maggiore met zijn heldere water weer heel anders dan vanaf de wal. Ieder eiland heeft een eigen sfeer. Isola Madre is één grote botanische tuin, met heel oude olijfbomen en palmen. Isola dei Pescatori is vooral een oud vissersdorp met talrijke visrestaurantjes. De smalle straatjes zijn versierd met attributen als netten en boeien om de herinnering aan het verleden levend te houden. Isola Bella doet haar naam zeker eer aan met een paleis en barokke tuinen die trapsgewijs boven elkaar liggen. Ook hier leuke straatjes vol restaurantjes, cafeetjes en souvenirwinkels.
Zwitsere stad met uitstraling
Verreweg het grootste deel van het Lago Maggiore is Italiaans, maar de noordelijke punt ligt in Zwitserland. Met onder andere de stad Locarno, waar we over de 50 kilometer lange kustweg naartoe rijden. Af en toe steil omhoog en omlaag, met fantastische vergezichten. Nu ervaren we pas hoe enorm groot het meer is. Locarno ligt beschut tegen de heuvels, pal aan het water. Deze stad heeft een warme uitstraling, met de exotische bomen en planten rondom de boulevard en de in zachte kleuren geschilderde huizen van het enor me Piazza Grande, het sociale hart van de stad. Hoog boven de stad torent het sanctuarium Madonna del Sasso uit. Dit beroemde bedevaartsoord is gelukkig heel comfortabel met een tandradbaan te bereiken.