Scheiding of overlijden van uw partner is een factor van groot belang. Bij het overlijden van een partner valt niet alleen een deel van het gezinsinkomen weg (AOW-partnerpensioen stopt), maar kan ook het nabestaandenpensioen tegenvallen.
Arbeidsongeschiktheid of werkloosheid vlak voor de pensioengerechtigde leeftijd. Voor wie tussen het 60ste en 67ste jaar een baan verliest, is de kans op het vinden van nieuw werk klein. Dit kan leiden tot langdurige werkloosheid vóór het bereiken van de AOW-leeftijd. Dit put het spaargeld uit en verlaagt het uiteindelijke pensioen.
Geen of onvoldoende pensioenopbouw: ouderen die periodes niet gewerkt hebben (bijvoorbeeld door zorgtaken), in het buitenland hebben gewoond of als zzp’er onvoldoende pensioen hebben opgebouwd, lopen een verhoogd risico op een inkomen onder de armoedegrens.
Hoge woonlasten: ouderen die nog hoge hypotheeklasten hebben of die een huis huren in de vrije (particuliere) sector en geen huurtoeslag krijgen, lopen meer risico, zeker als het inkomen daalt.
Slechte gezondheid en hoge zorgkosten: armoede en gezondheid hebben een sterke wisselwerking. Een slechtere gezondheid na uw 60ste leidt tot hogere eigen bijdragen in de zorg en kan ervoor zorgen dat u eerder uit het arbeidsproces verdwijnt.
Migrantenouderen: ruim 40 procent van de 65-plus-migranten leeft onder de armoedegrens. Dit heeft vaak te maken met een onvolledige AOW-opbouw doordat men niet de volledige vijftig jaar voordat de AOW-uitkering ingaat in Nederland heeft gewoond. Voor ieder ‘gemist jaar’ wordt de AOW met 2 procent gekort.
Zzp’ers die onvoldoende buffer of pensioen hebben opgebouwd. Ook zij worden als een significante risicogroep gezien.