Waarom is de ene mens angstiger dan de andere?
“Het is een wisselwerking tussen aanleg, ervaringen en beschermende factoren. Iemand die bijvoorbeeld graag controle houdt, kan sneller angstig worden, om dat het leven nu eenmaal niet volledig controleerbaar is. En wie makkelijker meebeweegt, is vaak weerbaarder. Ook je omgeving speelt mee. Als je ouders angstig zijn en je continu waarschuwen voor gevaren, neem je dat mee in je verdere leven. Maar als je leert dat spannende dingen ook leuk en leerzaam kunnen zijn, zie je dat zelf ook eerder zo."
Veel ouderen voelen zich angstiger dan toen ze jonger waren. Is dat te verklaren?
“Veel zorgen zijn logisch voor deze levensfase. Mensen merken dat ze lichamelijk en geestelijk minder kunnen, hun netwerk wordt kleiner en hun kwetsbaarheid neemt toe. Zorgen over het verlies van zelfstandigheid, ziekte of het wegvallen van mensen om je heen, zijn dan begrijpelijk en vaak ook reëel. Tegelijk zijn er bredere zorgen, zoals digitale oplichting of klimaatverandering. Veel van deze zorgen spelen ook bij andere generaties.”
Wanneer is angst reëel en wanneer niet?
“In angst zit vaak een reële component. Als je ouder wordt,is bijvoorbeeld de kans groter dat je zelfstandigheid afneemt of dat je ziek wordt. Als je dan ook nog eens vaak valt, is het misschien een goed idee om niet meer alleen naar de supermarkt te lopen. In dat geval is angst een goede raadgever. De vraag is dus: maak je je reëel zorgen of gaat het eigenlijk prima? En hoeveel laat je je leven door die zorgen bepalen? Mijn schoonmoeder van 95 loopt nog met een stapel borden over een losse deurmat. Dan denk ik: is dat slim? Maar het gaat steeds goed, dus hoe reëel is mijn zorg dan?”