Ik verzwijg het omdat ik geen begrip verwacht en ook geen genade | OuderENWijzer
Gezegd en gezwegen

Ik verzwijg het omdat ik geen begrip verwacht en ook geen genade

 •  Leestijd: 5 minuten

“Voor haar ben ik niet haar moeder, al is zij voor mij wel mijn dochter”, zegt Sofie (73). Sofie werd op haar 16de zwanger en moest haar kindje afstaan. Hetzelfde overkwam duizenden andere meisjes, maar bijna niemand praat erover.

“Ik groeide op in een keurig gezin met zeven kinderen. Mijn ouders waren de baas. Maar toen de flower power-tijd aanbrak, wilde ik mijn eigen weg gaan. Jongens en meisjes gingen losser met elkaar om, maar van seksuele voorlichting was geen sprake. Dat liep niet goed af. Ik kwam op een verkeerd feestje terecht en weet nog steeds niet precies wat daar gebeurd is. Tot mijn verbijstering bleek drie maanden later dat ik zwanger was.” “Vanaf dat moment had ik niets meer te vertellen, mijn ouders besloten voor mij. Ik moest weg en zonder kind terugkomen. En als ik het kind toch wilde houden, kwam ik er thuis niet meer in. Ongehuwd zwangere meisjes werden in die tijd in één adem genoemd met misdadigers. Hun kinderen werden afgestaan aan ouders die wel acceptabel waren en die vaak zelf geen kinderen konden krijgen, wat in die tijd ook een taboe was. Zo is het destijds minstens twintig duizend vrouwen en hun kinderen vergaan. Er was een doortimmerd overheidsbeleid, inclusief uitvoeringsorganisaties om dit maatschappelijke probleem op te lossen.”


Vanaf dat moment had ik niet meer te vertellen, mijn ouders besloten voor mij

“Ik had ons keurige gezin te schande gemaakt. Mijn moeder wreef me dat elke dag in: ‘Als mensen dit te weten komen, verliest je vader zijn baan.’ Ze stuurde me naar school in een dik korset om geroddel te voorkomen. Maar er werd toch wel over gefluisterd en als ik voor het bord stond, begon iedereen te wijzen. Het pesten heb ik moedig doorstaan, een soort van boetedoening. Mijn zwangerschap werd voor iedereen verzwegen, ook voor mijn broers en zussen. Toen ik na vijf maanden naar een tehuis op de Veluwe ging, werd hun verteld dat ik met psychische problemen in een kliniek was opgenomen.”

“Ik kwam in een groep van ruim veertig zwangere meisjes terecht. We moesten werken, bijvoorbeeld schoonmaken en kleertjes vouwen. In gesprekken werd je subtiel bewerkt: je kunt het kind niet opvoeden, je bent te jong, niet geschikt. Je krijgt geen uitkering, kunt nergens naartoe, je ouders willen je niet meer. Maar jouw kind komt straks in een heel lief gezin dat al jaren op een kindje wacht, het zal daar heel gelukkig zijn. Dat geloof je als 16-jarige. Achteraf bleek veel ervan niet waar te zijn.”


Daarnaast had ik door de gebeurtenissen in mijn puberteit een verkeerd idee van relaties

“Ik werd niet voorgelicht over de bevalling, die erg pijnlijk was. Ook werd gezegd: ‘Kijk maar niet naar je baby.’ Alles was gericht op het niet hechten en geen band krijgen - dat gold voor de moeder, maar ook voor het kind. Mijn dochter heeft door een late plaatsing in een gezin meer dan een half jaar in haar eentje in een bedje gelegen. Een slechte start, die ook later in het leven doorwerkt. Ik lag op de kraamkamer: geen bezoek, geen vreugde, geen wiegje, geen kind. Aan de andere kant van de gang hoorde ik de baby’s huilen. Ik heb nog getwijfeld: zal ik gaan kijken en zeggen dat ik mijn kindje toch niet wil afstaan? Maar mij was al te vaak verteld dat ik dan nergens naartoe kon.”

"Na tien dagen kwam mijn moeder me ophalen. Eerst wilde ze me niet meenemen omdat ik te veel was aangekomen. Thuis moest ik als er bezoek kwam naar boven en ik werd naar een school in een andere stad gestuurd. Daar zat ik als 17-jarige tussen meisjes die het hadden over muziek en vriendjes. Het was heel eenzaam en dat gevoel is eigenlijk altijd gebleven. Mijn moeder kon het me niet vergeven en bleef me verwijten maken. Op mijn 18de ging ik samenwonen met een vriendje dat me niet veroordeelde en zelf ook een buitenstaander was.”

“Het moeten afstaan van mijn dochter heeft mij mijn hele leven achtervolgd. Ik had iets fout gedaan en moest dat goedmaken. Ik deed altijd ontzettend mijn best, ook op school. Veel vrouwen met dezelfde achtergrond zijn, net als ik, in een maatschappelijk beroep terechtgekomen. Anderen willen redden verlicht blijkbaar de pijn.”

“Daarnaast had ik door de gebeurtenissen in mijn puberteit een verkeerd idee van relaties. Dat leidde jaren later onder meer tot een ingewikkelde scheiding van de vader van mijn tweede kind. Via een advertentie leerde ik vervolgens mijn huidige man kennen. Met hem ben ik nu al veertig jaar samen.”


Het moeten afstaand van mijn dochter heeft mij mijn hele leven achtervolgd

“Toen mijn dochter 15 was, mocht ik haar onder toezicht ontmoeten. Het was zo bijzonder om mijn kind voor het eerst te zien. Het was alsof we in de spiegel keken, we hebben minutenlang niets gezegd. Voorzichtig probeerden we een band op te bouwen, maar dat ging met horten en stoten. Bij mij speelde het schuld gevoel, bij haar het verwijt. We konden de juiste toon niet vinden - dat is de krampachtigheid van een relatie die al met een breuk begonnen is. Als het haar te veel werd, deed ze er een paar jaar het zwijgen toe. Toen haar eigen dochter geboren werd, ging het even beter tussen haar en mij. Op dit moment hebben we helaas weer geen contact. Ik was voor haar niet de persoon die ik had moeten zijn. Voor haar ben ik niet haar moeder, al is zij voor mij wel mijn dochter. Ik heb steeds mijn best gedaan, sta positief in het leven en denk elke dag aan mijn dochter. Niemand is zo aanwezig als iemand die er niet is. De week voor haar verjaardag ben ik niet te genieten, alles komt dan weer naar boven.

“De tijden zijn veranderd, maar het taboe blijft. Van de vrouwen die dit meemaakten, komt bijna niemand er mee naar buiten. Je blijft het verzwijgen omdat je geen begrip verwacht en ook geen genade. Aan mijn collega’s heb ik het bijvoorbeeld niet verteld. Bang dat ze zouden denken: wat ben jij voor slechte moeder? Mijn man weet het en steunt me. Net als mijn echte vrienden en mijn (stief)kinderen. Die toonden ook veel begrip toen ik hun baby’s niet kon vasthouden zonder te huilen. Dat zijn de enige mensen die me werkelijk kennen.”

Herkent u dit verhaal en wilt u erover praten?

Als moeder kunt u contact opnemen met Stichting De Nederlandse Afstandsmoeder (www.stichtingdna.nl). Als kind dat is afgestaan kunt u terecht bij ViZ (www.verledeninzicht.nl). Beide organisaties behartigen belangen en verzamelen verhalen.

Reacties

Reactie