Een knorrige oude man, een verzuurd oud wijf, een bejaarde brompot, een oude zeurkous, een verbitterde ouwe vrijster. We zien de types helemaal voor ons, waarschijnlijk ook omdat ze regelmatig te zien zijn in films en series. Denk: Archie Bunker in All-in the Family of Dorothy van de Golden Girls.
Toch is het een hardnekkig vooroordeel dat ouderen vaak humeurig en knorrig zijn. Er is geen enkel wetenschappelijk bewijs voor. Statistisch gezien zijn ouderen net zo snel geïrriteerd of klagerig als jongere mensen. Sterker nog, mensen worden emotioneel stabieler naarmate ze ouder worden, bovendien voelen mensen zich na hun zestigste gelukkiger dan mensen tussen de twintig en veertig jaar.
Het krijgen van negatieve gevoelens neemt wel toe vanaf een jaar of zeventig maar niet zo meer op zo’n hoog niveau als bij jongeren. Negatiever worden op late leeftijd is vaak een symptoom van andere ‘kwalen’ zoals pijn, lichamelijke gebreken, eenzaamheid of dementie. Dat betekent natuurlijk niet dat er geen chagrijnige ouwe zeuren bestaan. Er zijn zat mensen op leeftijd die overal kritiek op hebben. Maar, de waarheid is dat het niet zo hóeft te zijn. De beste manier om je ervoor te behoeden is het doen van positiviteitsoefeningen. Hoe belangrijk een positieve levensinstelling is, blijkt uit tientallen onderzoeken over geluk en optimisme. Mensen met een positief zelfbeeld leven zo’n zeven jaar langer dan negatief ingestelde mensen. Bovendien zijn positieve mensen gezonder dan negatieve mensen. Ongeveer dertig procent van de mate van waarin je positief bent, wordt bepaald door je gedrag. Je kunt positiviteit dus redelijk goed aanleren. Dat kan bijvoorbeeld door anderen te helpen en door positieve dingen op te noemen die je tegenkomt.