Lancel: “Mensen die hier mee te maken hebben zijn overdag vaak prikkelbaar, vermoeid en lusteloos, maar niet per se slaperig. Dat laatste zie je wel bijvoorbeeld bij mensen met slaapapneu, een aandoening waarbij de adem stokt tijdens het slapen. Het is belangrijk om er iets aan te doen. Niet alleen omdat je bij gebrek aan slaap cognitief minder goed kunt functioneren en het psychisch welbevinden afneemt, maar ook omdat het risico op diabetes, overgewicht, hart- en vaatziekten en dementie toeneemt.
Daarnaast verhoogt het gebrek aan slaap de kans op darm-, borst-, en prostaatkanker. Mensen die voldoende slapen, voor de meesten is dat zeven tot negen uur, hebben een kleiner risico op overlijden dan mensen die minder slapen. Maar teveel slapen wordt ook gerelateerd aan een korter leven. Slapeloosheid kan vaak verholpen worden met cognitieve gedragstherapie voor insomnie. Bij zeventig tot tachtig procent van de mensen is er door deze slaaptherapie een significante verbetering te zien van de slaap. Er bestaat bijna geen ander medicijn dat bij zo’n grote groep werkt.”