De nieuwe pensioenregels: eerder stoppen of langer doorwerken? | OuderENwijzer
Pensioen en AOW

De nieuwe pensioenregels: eerder stoppen of langer doorwerken?

Geschreven door: Illustratie door Lotte Dijkstra

 •  Leestijd: 3 minuten

Het nieuwe pensioenstelsel komt eraan. Uiterlijk op 1 januari 2028 moeten alle pensioenregelingen zijn aangepast. Door deze nieuwe regels wordt het nóg belangrijker om op tijd keuzes te maken.

Wie eerder met pensioen wil, doet er goed aan om eerst een duidelijk financieel plaatje te maken. Eerder stoppen met werken, betekent meestal dat u minder pensioen opbouwt. U legt dan immers minder lang geld in voor later. Als vuistregel geldt dat elk jaar eerder stoppen ongeveer 5 procent minder pensioen kan betekenen. Er wordt minder premie ingelegd, het pensioenvermogen groeit minder en de pensioenuitkering is straks daardoor lager.

Het effect van minder inleggen en eerder opnemen

Wie met werken stopt vóór de AOW-leeftijd, krijgt nog geen AOW. Dat gat moet u zelf overbruggen, bijvoorbeeld met spaargeld, een lijfrente, deeltijdwerk of door een deel van het pensioen eerder te laten ingaan. Als u eerder stopt met werken én uw pensioen eerder laat uitkeren, is het financiële effect behoorlijk. Dan bouwt u minder pensioen op én moet het opgebouwde pensioen over meer jaren worden uitgesmeerd. Daardoor kan het pensioen per jaar dat u eerder stopt wel 20 procent lager uitvallen. Het exacte bedrag verschilt per pensioenregeling, maar het is wel duidelijk dat eerder stoppen enorm veel invloed kan hebben op uw pensioeninkomen.

Deeltijdpensioen: Rustig afbouwen

Helemaal stoppen met werken hoeft niet altijd. Bij veel pensioenregelingen kunt u kiezen voor deeltijdpensioen. U werkt dan minder uren en laat alvast een deel van uw pensioen ingaan. Dat kan prettig zijn als u rustig wilt afbouwen, maar nog niet helemaal wilt stoppen.

Een hogere pensioenuitkering kan ook

U kunt uw pensioen ook later dan de AOW-leeftijd laten ingaan. Dit zorgt voor een hoger maandbedrag, omdat het pensioen later ingaat en over minder jaren wordt uitgekeerd. De AOW kunt u niet uitstellen, die gaat gewoon in, ook als u blijft werken. Uw arbeidscontract kan rond de AOW-leeftijd trouwens wel veranderen. Soms wordt het contract automatisch beëindigd en moet u nieuwe afspraken maken met uw werkgever. Over uw loon betaalt u dan nog wel belasting, maar geen AOW-premie meer.

Een beetje meer, een beetje minder

Daarnaast bieden veel pensioenregelingen keuzes om het pensioen beter te laten passen bij uw leven. Een bekende keuze is hoog-laag. U krijgt dan in de eerste jaren een hoger pensioen en daarna een lager pensioen. Dat kan handig zijn als u in de eerste jaren na uw pensionering meer geld nodig heeft. Bijvoorbeeld omdat uw AOW nog niet is ingegaan, uw partner nog geen AOW ontvangt of omdat u plannen heeft waarvoor extra geld nodig is. Andersom kan soms ook: eerst een lager en later een hoger pensioen.


72 procent van de mensen heeft vrede met het moment waarop ze stopten met werken


Illustratie Lotte Dijkstra - pensioen - waar gaan we heen | OuderENwijzer

Pensioen uitruilen

Verder kunt u vaak kiezen voor een uitruil tussen het ouderdomspensioen en nabestaandenpensioen. Ouderdomspensioen is het pensioen dat u zelf ontvangt. Nabestaandenpensioen is bedoeld voor uw partner als u komt te overlijden. Bij uitruil wordt een deel van het nabestaandenpensioen omgezet in een hoger ouderdomspensioen. Dat kan een goede mogelijkheid zijn voor wie geen partner (meer) heeft, of voor wie een partner heeft met voldoende eigen inkomen. Als er een partner is, dan moet deze wel instemmen met de uitruil. Andersom kan soms ook: een deel van uw ouderdomspensioen gebruiken voor extra pensioen voor uw partner. Dit zijn belangrijke keuzes, omdat ze gevolgen hebben voor het inkomen van u én uw partner.

Een belangrijke verandering

Onder de nieuwe pensioenwet is er een belangrijke verandering rond het nabestaandenpensioen. Die is vóór de pensioendatum een soort verzekering geworden. Zolang u in loondienst bent en pensioenpremie betaalt, bent u ervan verzekerd dat uw partner en kinderen een uitkering krijgen als u komt te overlijden. Let op: stopt u met werken vóór uw AOW-leeftijd en gaat uw pensioen dan nog niet in? Dan stopt uw actieve deelname aan het pensioenfonds. Overlijdt u vóórdat uw pensioen is ingegaan, dan ontvangen uw nabestaanden geen uitkering. Hierop zijn wel enkele wettelijke uitzonderingen, zoals bij ziekte of werkloosheid. Overlijdt u nádat uw vervroegde pensioen is ingegaan, dan is er meestal wel een nabestaandenpensioen.


23 procent was niet goed voorbereid op een leven zonder werk


Een eenmalig extraatje

In de nieuwe pensioenregelingen ziet u duidelijker welk pensioenvermogen voor u is opgebouwd en wat dit naar verwachting oplevert. Het is nu belangrijker om op tijd keuzes te maken, zoals eerder stoppen, langer doorwerken, uitruilen of deeltijdpensioen. Vanaf 2029 komt daar nog een keuze bij: bij pensionering mag u maximaal 10 procent van het ouderdomspensioen in één keer opnemen. U mag zelf weten wat u met dat geld doet. Denk erom dat het bedrag bruto is en dat opname gevolgen kan hebben voor uw verschuldigde inkomstenbelasting en toeslagen. Het levenslange pensioen wordt door de opname wel lager. En u kunt deze eenmalige uitkering van 10 procent niet combineren met een hoog-laagpensioen.

Hulp nodig?

Veel pensioenfondsen hebben een planningstool beschikbaar. Daarmee kunt u zelf alle hiervoor vermelde mogelijkheden bekijken, zodat u kunt zien wat de gevolgen zijn voor de hoogte van uw pensioen. Wilt u hulp bij het maken van de juiste keuzes voor uw pensioen? Neem dan contact op met de Belastinghulp of Pensioenservice van ANBO-PCOB.