Rouw is liefde (en dat is precies waarom het pijn doet) | OuderENwijzer
Podcast Leven tot het laatst

Rouw is liefde (en dat is precies waarom het pijn doet)

Geschreven door: Manon Huntjens | Foto’s: Sylia de Graaf

 •  Leestijd: 3 minuten

Rouwdeskundige Manu Keirse

Na een verlies schieten woorden vaak tekort. Wat troostend bedoeld is, kan juist pijn doen. In een gesprek met rouwdeskundige Manu Keirse wordt duidelijk dat rouw geen stoornis is die opgelost moet worden, maar een normale en ingrijpende reactie op het verlies van iemand die u liefhad.

‘Sterkte’.

‘Je mag blij zijn dat je hem zo lang hebt gehad’

‘Heb je het al een plek kunnen geven?’

Na een verlies krijgen we vaak goedbedoelde woorden. Ze klinken vriendelijk. En toch kunnen ze pijn doen.

Rouwdeskundige Manu Keirse, Vlaams klinisch psycholoog en emeritus-hoogleraar, verwoordt het al decennialang met grote helderheid: rouw is geen afwijking. Rouw is normaal. En rouw is de keerzijde van liefde. “Je huilt om wat je vreugde heeft gegeven.”

Goedbedoelde woorden die schuren

Manu Keirse heeft de zinnen die bedoeld zijn om te troosten talloze keren gehoord. Aan bedden, in huiskamers, in rouwkamers. Bij mensen van alle leeftijden. Ze komen bijna altijd voort uit goede wil. Uit onhandigheid. Uit de paniek van de ander: ik wil iets doen, ik wil iets zeggen, ik wil het lijden kleiner maken. Maar rouw laat zich niet kleiner maken. Rouw is geen probleem dat opgelost moet worden. Rouw is liefde, zegt Keirse. En liefde doet pijn wanneer zij haar adres verliest.

Luister hieronder onze podcast met Manu Keirse. De tekst gaat verder onder de podcast.

Rouwdeskundige Manu Keirse

Niet ‘verwerken’, maar leren dragen

In onze taal zit een stille opdracht verstopt: rouw moet vooruit. Richting afronding. Richting ‘weer normaal’. Richting een eindpunt. Keirse verzet zich daartegen. Hij gebruikt het woord verwerken liever niet meer. Niet omdat mensen niet bewegen. Niet omdat er nooit licht terugkomt. Maar omdat rouw geen jas is die u ophangt. Geen dossier dat u sluit. U kunt een kast opruimen. Maar niet een leven dat met een ander verweven was. En juist op hogere leeftijd is die verwevenheid vaak totaal. Niet alleen emotioneel, maar ook praktisch: samen zelfstandig zijn, samen de dagen dragen, samen de stilte vullen. Als die verbondenheid breekt, onderschatten we vaak wat er dan gebeurt. De leegte is niet alleen emotioneel, maar ook lichamelijk, sociaal en existentieel. “Ik heb geen pijn. Ik bén pijn.”

Rouw zit in het lichaam

Rouw is geen gedachte, maar een toestand van het hele lichaam. Keirse vertelt over concentratie die wegvalt, over vermoeidheid die ineens alles overspoelt, over boosheid en prikkelbaarheid die onverwacht opkomen. En over schuldgevoelens die zich vastzetten. Een misverstand dat veel schade doet, is het idee dat zulke reacties ‘niet kloppen’. Alsof rouwenden zich beter moeten gedragen. Dankbaar moeten zijn. Sterk moeten zijn. Maar boosheid is vaak gewoon pijn die geen kant op kan. En schuldgevoel, zegt Keirse, is vaak een teken van liefde en verantwoordelijkheid.

Het wordt pas gevaarlijk als we die gevoelens wegpraten. ‘U mag zich niet schuldig voelen’. Want wat geen ruimte krijgt, gaat gisten. Een vrouw van 88 zette streepjes op een vel papier. Elke keer als iemand tegen haar zei: ‘Je mag blij zijn dat u uw man zo lang hebt gehad’. In twee weken tijd stonden er zeventien streepjes. Natuurlijk wás het lang. Negentig werd hij. Natuurlijk is het veel om samen zo oud te worden. Maar rouw gaat niet over statistiek. Rouw gaat over: hij is weg. Over de lege stoel. Over de stilte in bed. Over thuiskomen in een huis waar niemand meer ‘tot straks’ zegt.

Wat helpt dan wél?

Keirse geeft geen toverzinnen. Hij geeft een richting. “Niet: ‘Wat moet ik zeggen?’ Maar: ‘Wat wil deze persoon mij vertellen, vanuit zijn verdriet?’ Daarom is ‘Hoe gaat het?’ vaak zo’n lastige vraag: omdat er al een verwacht antwoord onder ligt.” Keirse stelt een andere vraag voor, die ruimte laat: ‘Vertel eens: hoe bent u de voorbije dagen doorgekomen?’ Luisteren naar verdriet is moeilijk. U kunt het verkeerd begrijpen. U kunt schrikken van boosheid of van stilte. Maar het alternatief, wegblijven, wegpraten, wegduwen, maakt rouw eenzaam. Vaak helpen kleine dingen meer dan grote woorden: een pan soep, een extra boodschap, een wandeling, aanbellen zonder agenda. Niet: ‘Bel me als je iets nodig hebt’. Want iemand in rouw heeft vaak niet de kracht om te bellen.

Rouwdeskundige Manu Keirse

Rouw als vingerafdruk

Keirse spreekt over vier taken van rouw. Niet als stappenplan, maar als ervaringen die zich aandienen wanneer u iemand verliest. Ze hebben geen vaste volgorde en lopen vaak door elkaar heen:

  1. Het onder ogen zien van het verlies;
  2. Het ervaren van de pijn;
  3. Het zoeken naar een nieuw evenwicht;
  4. Het vinden van een andere plek voor wie u mist.

Iedereen krijgt rouwarbeid, zegt hij. Maar nooit op dezelfde manier. Rouw is een vingerafdruk. Zelfs binnen één gezin is het verlies van dezelfde persoon voor ieder een ander verlies. Misschien is dat wel het meest troostende inzicht: dat u nergens aan hoeft te voldoen. Dat u niet ‘goed’ hoeft te rouwen. Dat u niet hoeft op te schieten. U hoeft alleen te doen wat liefde altijd doet, wanneer zij haar plek kwijt is: zoeken. Haperen. Terugkomen. Opnieuw zoeken.

Verder luisteren

In OuderenWijzer, een podcast van ANBO-PCOB over leven tot het laatst, gaat Manu Keirse uitgebreider in op rouw, verlies en wat mensen werkelijk helpt na het overlijden van een dierbare.

De hele aflevering is hieronder te beluisteren.

Waar kunt u nog meer naar de podcast luisteren?

Er zijn, naast onze website, meerdere manieren om onze podcast te beluisteren. U vindt alle afleveringen op de onderstaande platformen: