Ouder worden betekent ook: leven met wat het leven heeft achtergelaten. Willems noemt dat ‘schade aan het leven’. Kleine verliezen stapelen zich op. Spierkracht neemt af. Herstel gaat trager. Soms is er één extra tegenslag nodig om het evenwicht te verstoren. Ze vergelijkt het met het spel Jenga: “Op een gegeven moment haal je één blokje weg en dan valt de toren om. Dat is een beetje veroudering.”
Maar schade is niet hetzelfde als onvermogen. Tegenover kwetsbaarheid staat veerkracht: de energie en motivatie om met wat er nog wél is, verder te bouwen. “Hoeveel energie en motivatie heb je om met het lijf dat je hebt het toch weer op te pakken?”
De wereld niet kleiner maken dan nodig
Wat Willems vaak ziet, is dat mensen hun wereld sneller verkleinen dan nodig. Iets lukt niet meer en ineens lijkt alles onmogelijk. Haar tegenvoorstel is klein, maar krachtig: zoek wat wél kan, al is het maar een uur per dag. “Als je één uur op de dag hebt waarin je je goed voelt, gebruik dat dan voor iets wat je fijn vindt. Dat maakt de rest van de dag lichter.” Ook goedbedoelde hulp vraagt om nuance. Overnemen gaat sneller dan ondersteunen, maar kost soms zelfstandigheid. “Dit uurtje mag best anderhalf uur duren. Ga mee in het tempo van diegene, maar laat hem of haar het zelf doen.”