Thuis of naar een hospice: wat kan er wél? | OuderENwijzer
Podcast Leven tot het laatst

Thuis of naar een hospice: wat kan er wél?

Geschreven door: Manon Huntjens | Foto’s: Sylia de Graaf

09 oktober 2026  •  Leestijd: 2 minuten

Mirjam Bijlenga, directeur van hospice De Mantelmeeuw

Wie aan een hospice denkt, ziet vaak een plek waar het einde begint. Een laatste halte. Maar dat beeld doet geen recht aan wat hospicezorg in de praktijk is. Volgens Mirjam Bijlenga, directeur van hospice De Mantelmeeuw in Woerden, begint het gesprek niet bij de plek, maar bij de mens: bij wensen, mogelijkheden en draagkracht.

“Het gaat niet om de vraag: thuis of hospice,” zegt Bijlenga. “Het gaat om: wat heeft deze persoon nú nodig en wat is er mogelijk binnen zijn of haar netwerk?” Veel mensen spreken dezelfde wens uit: thuis sterven. In hun eigen bed, met vertrouwde geluiden om zich heen. Tegelijk klinkt in de praktijk steeds vaker: thuis kan het niet meer. Netwerken zijn kleiner, wijkverpleging staat onder druk en mantelzorgers raken overbelast. Maar klopt het dat thuis sterven steeds minder mogelijk is?

Luister hieronder onze podcast met Mirjam Bijlenga. De tekst gaat verder onder de podcast.

Mirjam Bijlenga, directeur van hospice De Mantelmeeuw

Meer kan vaak wél

Een hardnekkige misvatting is dat palliatieve zorg thuis per definitie tekortschiet. In werkelijkheid blijkt er vaak meer mogelijk dan gedacht, zeker wanneer huisarts, wijkverpleging, mantelzorgers en vrijwilligers goed samenwerken. “Er wordt soms snel gedacht dat het niet meer gaat,” aldus Bijlenga. “Maar als je samen goed kijkt naar wat nodig is en wie wat kan dragen, blijkt er vaak meer ruimte dan mensen vooraf denken.” Thuis sterven vraagt geen perfect zorgplaatje, maar wel een realistische blik: wat is de zorgvraag, waar zitten risico’s en hoe stevig is de draagkracht van de mensen eromheen? Mantelzorgers houden lang vol, soms te lang. Niet uit plicht, maar uit liefde. “Mantelzorgers zeggen vaak: het gaat nog wel,” zegt Bijlenga. “Totdat ze eigenlijk al over hun grens heen zijn. Dan is het belangrijk dat er eerder hulp wordt ingeschakeld.” En precies daar ontstaat ruimte voor ondersteuning door vrijwilligers.

Vrijwilligers als schakel, niet als vervanging

Vrijwilligers in de palliatieve fase nemen geen medische taken over. Ze dienen geen injecties toe en verrichten geen verpleegkundige handelingen. Wat ze wel doen, is minstens zo wezenlijk: aanwezig zijn. Waken, ook ’s nachts. Luisteren. Rust brengen. Een kop koffie zetten. Even blijven zitten zodat een mantelzorger kan slapen, douchen of een rondje kan lopen.

“Wij zijn er niet om zorgprofessionals te vervangen,” zegt Bijlenga. “Wij zijn er om ruimte te creëren. Voor rust. Voor adem. Voor een moment waarop iemand even kan loslaten.” Die inzet wordt afgestemd op wat nodig is: soms een paar uur per week, soms een team vrijwilligers dat elkaar afwisselt. Thuis inzet van vrijwilligers is in veel regio’s kosteloos. De drempel is zelden financieel, maar praktisch: weten dat het bestaat, durven vragen en de beschikbaarheid van vrijwilligers.

En het hospice dan?

Hospices bestaan in verschillende vormen: van bijna-thuishuizen tot high-care voorzieningen, maar achter de voordeur is de kern hetzelfde: een plek waar mensen kunnen leven tot het laatst, met aandacht en passende zorg. “Een hospice is geen wachtkamer voor het einde,” zegt Bijlenga. “Mensen leven hier. Ze ontvangen bezoek, vieren verjaardagen, gaan soms nog naar buiten. Er is ruimte voor wat nog kan.”

Mirjam Bijlenga, directeur van hospice De Mantelmeeuw

Het idee dat in een hospice ‘niets meer kan’, klopt zelden. Hospicezorg is bedoeld voor het laatste stuk van het leven. Een exacte termijn ligt niet strak vast, maar er wordt wel gekeken naar levensverwachting en passendheid. Soms knapt iemand op door rust en aandacht. Dan ontstaat een nieuw gesprek: wat is nu een passende plek, zeker als het hospice beter voelt dan de alternatieven?

De onderliggende vraag

Wat dit onderwerp blootlegt, is geen eenvoudige keuze tussen thuis of hospice, maar een bredere vraag: wanneer durven we het gesprek aan te gaan? “Hoe eerder je praat over wensen en grenzen,” zegt Bijlenga, “hoe minder beslissingen er onder druk genomen hoeven worden.” Te vaak wordt pas gezocht naar oplossingen als de situatie al op scherp staat. Terwijl vroeg praten ruimte geeft. Voor wensen, voor grenzen, voor ondersteuning. De kernboodschap is eenvoudig, maar niet licht: wacht niet tot het moet. Oriënteer u eerder, praat met elkaar en maak wensen bespreekbaar. Dat voorkomt dat naasten op het laatste moment moeten beslissen onder druk.

Verder luisteren

In OuderenWijzer, een podcast van ANBO-PCOB over leven tot het laatst, gaat Inge Diepman in gesprek met Mirjam Bijlenga over thuis sterven, hospicezorg en de rol van vrijwilligers in de laatste levensfase.

De hele aflevering is hieronder te beluisteren:

Waar kunt u nog meer naar de podcast luisteren?

Er zijn, naast onze website, meerdere manieren om onze podcast te beluisteren. U vindt alle afleveringen op de onderstaande platformen: