Hoe bied je troost? | OuderENwijzer
De grote vraag

Hoe bied je troost?

Geschreven door: Rianne van der Molen | Foto's: Mark Kohn

 •  Leestijd: 3 minuten

Ieder mens heeft weleens verdriet en wil dan getroost worden. Maar troost bieden is nog niet zo eenvoudig. Hoe doe je dat goed? We vroegen het een theoloog, een hoogleraar ethiek en godsdienstfilosofie en een filosoof.
Christa  van Anbeek - De grote vraag - Ouderenwijzer

Christa van Anbeek

Is theoloog en bijzonder hoogleraar aan de Radboud Universiteit

“Niet alle verdriet is te troosten. Dat het bieden van troost iets oplost, is misschien wel een van de grote misverstanden. Er is ook geen handleiding voor hoe je moet omgaan met iemand die een groot verlies te verwerken krijgt. Wat voor de een troostend is, voelt voor een ander niet zo. De een wil praten, de ander juist in stilte een duinwandeling maken, een derde wil naar muziek luisteren.”

“Wat in ieder geval niet werkt, is het geven van antwoorden of adviezen. Je moet stil durven zijn en de ander de ruimte geven om te ontdekken wat troostend werkt. Sommige gelovigen bidden voor elkaar of komen samen om te bidden en dragen het verdriet op aan God. Dat kan bemoedigend zijn. Tegelijk kan het ook een risico in zich hebben. Want wat als het daarna niet beter gaat? Zegt dat dan iets over jouw geloof?”

“Ik organiseer via Movisie regelmatig filosofische cafés voor senioren. Daar gaan mensen met elkaar in gesprek over ingrijpende ervaringen in hun leven en over wat hun troost gaf. Je ziet dat de antwoorden totaal verschillend zijn: de een heeft baat bij rituelen, de ander bij huilen, weer een ander bij goede gesprekken met een goede vriend. Er is niet één antwoord op deze grote vraag. Ga er vooral over in gesprek met je dierbaren.”

Mensen die ook eens naar zo’n filosofisch café willen, kunnen contact opnemen met Movisie: info@movisie.nl of c.anbeek@movisie.nl

De Grote Vraag - Christoph Jedan - Ouderenwijzer

Christoph Jedan

is hoogleraar Ethiek en godsdienstfilosofie aan de Rijksuniversiteit Groningen

“Een paar jaar geleden verdiepte ik me in de troostliteratuur van theologen en filosofen uit de klassieke oudheid. Ik wilde weten hoe grote denkers met verlies omgingen. Wat me opviel was hoe optimistisch sommige denkers uit het verleden waren. Alsof rouw iets was dat ze konden beheersen of voorkomen. Wat me ook trof, was de grote hoeveelheid leed en verlies die deze denkers probeerden te verwerken. Dood en verlies zijn er altijd geweest. En hoe zwaar ook, mensen vonden steeds weer manieren om door te gaan.”

“Troost is – in abstracte zin – betekenis geven aan verlies, waarbij er een groot verschil is tussen troost geven en troost ontvangen. Hoewel er veel over geschreven is, geloof ik niet dat je een vaste strategie kunt volgen om te troosten. Rouwenden kunnen enorm veel aanstoot nemen aan goedbedoelde pogingen tot troost. Woorden die de een helpen, bereiken bij een ander juist het tegenovergestelde. Alles wat je zegt, kan verkeerd landen, juist wanneer iemand verdrietig en kwetsbaar is.”

“We moeten elkaar een zekere imperfectie gunnen op dit gebied: tolerantie voor wie onhandig troost én voor wie lang rouwt. Daardoor ontstaat nabijheid. Want de kern van troosten is empathisch en fysiek nabij zijn en durven delen in het verdriet van de ander. Dat kan door een urenlang gesprek, maar ook door een knuffel bij de deur of door het brengen van een pannetje soep. Het verdriet van de ander zien en naast hem of haar gaan staan.”

De Grote vraag - Myrthe Meester - Ouderenwijzer

Myrthe Meester

is filosoof en schrijft onder meer over zingeving, filosofie en cultuur

“Als iemand lijdt, is het menselijk om daaraan iets te willen doen. Daarom bieden we de ander graag oplossingen of dringen we aan op een bezoek aan de psycholoog. Als moderne samenleving zijn we goed in dingen oplossen – wat vaak geweldig is – maar minder goed in het samen dragen van verdriet.”

“Wanneer het om troost gaat, onderscheid ik drie vormen. Als eerste ‘het omhelzen’, eerder beschreven door de filosoof Ton Lemaire. Hiermee bevestig je de ander volledig in zijn bestaan: je bent getuige van het verdriet, luistert en geeft aandacht. De tweede vorm is ‘de lotgenoot’. Daarbij stel je jezelf ook kwetsbaar op – dat kan troostend zijn voor de ander. Ik las ooit over een meisje dat zich vaak heel ellendig voelde. Op zo’n moment dacht ze aan andere lijdende mensen en putte troost uit het besef dat ze niet de enige was. De derde vorm is ‘de inspiratiebron’. In dit geval laat je zien dat pijn en lijden bestaan en niet weggepoetst of ontkend hoeven te worden, maar onderdeel kunnen worden van een waardig, goed en betekenisvol leven.”

“Mooi vind ik het fenomeen de Herstelacademie. Dit zijn laagdrempelige plekken waar mensen die te maken hebben gehad met psychische ontwrichting of kwetsbaarheden, elkaar ontmoeten en samen werken aan hun persoonlijk herstel. Troost zit niet in het oplossen van problemen of het wegnemen van lijden, maar in het samen dragen ervan.”

Wat vindt u?

Hoe heeft u troost gekregen of juist gegeven? Wat werkte wel en wat juist niet? Praat er met elkaar over door hieronder een reactie achter te laten!

Reacties

Reactie

Uw e-mailadres wordt niet getoond. Alleen uw naam is zichtbaar bij de reactie.